Rechten & Plichten 13

“Willen jullie meer of minder..?” | 

De afgelopen maanden zijn diverse strafrechtelijke uitingsdelicten de revue gepasseerd. Zo zagen we dat je je sneller schuldig maakt aan het misdrijf belediging dan menigeen denkt en dat de waarheid vertellen is sommige gevallen smaad kan opleveren. De meest hotte vorm van belediging is echter nog niet aan bod gekomen: discriminatie.

De laatste jaren ontstaat er dikwijls maatschappelijke discussie over welke uitlatingen binnen de reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting vallen. Hoe ver reikt de vrijheid van meningsuiting en wanneer wordt de grens van het toelaatbare overschreden? En welke rol moet het strafrecht daarbij spelen?

Er is binnen het strafrecht sprake van discriminatie als er een ongerechtvaardigd onderscheid wordt gemaakt tussen (groepen) mensen op basis van bepaalde persoonlijke kenmerken. Omdat dit onderscheid op tal van manieren kan worden gemaakt, kent het Wetboek van Strafrecht diverse discriminatiefeiten. De meest in het oog springende verbodsbepalingen zien op  groepsbelediging en het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld.

Om van groepsbelediging te kunnen spreken dient er sprake te zijn van een (1) opzettelijke, (2) openbare, (3) mondelinge, schriftelijke of afgebeelde, (4) beledigende uiting, (5) over bepaalde groepen mensen. Er zijn dus weer veel eisen waaraan een uitlating moet voldoen om als discriminerend gekwalificeerd te kunnen worden!

Aan de eis van openbaarheid wordt vrij snel voldaan; in de kern gaat het om een uitlating ter kennis van het publiek brengen. In sommige gevallen kan er discussie ontstaan over de vraag of een uitlating ter kennis van het publiek is gebracht. Het enkele feit dat een discriminerende uiting ter kennis is gekomen van enkele personen, betekent bijvoorbeeld niet zonder meer dat deze uiting ter kennis van het publiek is gebracht. Daartegenover staat dat uitingen die tegen de wil van de spreker geen publiek bereiken, in het openbaar kunnen geschieden. Uitingen op algemeen toegankelijke internetpagina’s worden altijd geacht in het openbaar te zijn gedaan.

Behalve mondeling of schriftelijk, kan er ook door middel van een afbeelding gediscrimineerd worden. In dergelijke gevallen zal per situatie bekeken worden of de grens van het toelaatbare is overschreden. De context is daarbij bepalend. Het dragen van een hakenkruis bij een Pegida-demonstratie zal bijvoorbeeld vanwege de context strafbaar kunnen zijn, terwijl dezelfde afbeelding in een museum, film of demonstratie tegen de oorlogsmisdaden gepleegd door nazi’s dat vermoedelijk niet is.

Omdat gebaren geen afbeeldingen zijn, is het brengen van de Hitlergroet in beginsel niet voldoende om te kunnen spreken van groepsbelediging. Ook hier kan de context daar echter verandering in brengen. Vormt de Hitlergroet een onderdeel van (ander) beledigend gedrag dan zal dit gebaar een strafbare lading kunnen krijgen. Een dergelijk gebaar kan eveneens strafverzwarend werken op het moment dat iemand zich vanwege discriminerende uitlatingen voor de rechter moet verantwoorden.

Het twistpunt in veel zaken ziet echter op de vraag of een bepaalde uitlating discriminerend is of niet. Om dit te beoordelen zal allereerst worden nagegaan of de uitlating naar algemeen spraakgebruik beledigend is. Dit is het geval wanneer de uiting de strekking heeft bepaalde (groepen) personen op grond van specifieke, bij deze groep horende, kenmerken bij het publiek in een kwaad daglicht te stellen. Ook het krenken van de eigenwaarde, het aantasten van de eer en goede naam of het onnodig kwetsen van groepen kan als beledigend worden gekwalificeerd. Zodoende kan het ontkennen van de holocaust in sommige gevallen worden aangemerkt als groepsbelediging. Het beledigende en discriminerende karakter kan vervallen op het moment dat er sprake is van een humoristische exceptie of een ludieke context.

Tot slot moeten de discriminerende uitlatingen zich richten tot een groep wegens bepaalde kenmerken of eigenschappen. Anders gezegd, er dient een verband te bestaan tussen de beledigende uitlating en de bedoelde groep mensen met betrekking tot hun ras, godsdienst, levensovertuiging, geslacht, seksuele gerichtheid of handicap. Of hiervan sprake is hangt in belangrijke mate af van de bewoordingen die worden gebruikt. Zo is kritiek leveren op levensopvattingen of het gedrag van een bepaalde groep personen in beginsel niet strafbaar. Ook niet strafbaar zijn beledigende opmerkingen die louter gericht zijn op een religie. Wél strafbaar kunnen dezelfde opmerkingen zijn op het moment dat ze gericht zijn op de personen die deze godsdienst aanhangen.

In dit kader kiest (bijvoorbeeld) Geert Wilders zijn opmerkingen meestal zorgvuldig. Het krenken van aanhangers van een godsdienst door een opmerking over die godsdienst, is namelijk niet voldoende om te kunnen spreken van groepsbelediging. Daarvoor is namelijk vereist dat de groep gelovigen rechtstreeks wordt getroffen door de beledigende uitspraak. Anders gezegd, de opmerking moet over de groep personen gaan vanwege (bijvoorbeeld) hun religie. Concluderend is het kritiek hebben op een religie, het heilige boek of een bepaalde Staat in beginsel geen groepsbelediging. Het kritiek hebben op (een groep) personen vanwege specifieke kenmerken (bijvoorbeeld godsdienst) kan dat wel zijn.

BONUSWEETJE
Omdat ook grammofoonplaten als geschriften zijn aangemerkt, is het niet toegestaan om bijvoorbeeld Hitlers redevoeringen tegen de joden in het openbaar ten gehore te brengen.